Ex. 1-3: Mozes' geboorte en jeugd
Beginpagina Omhoog Volgende

Vertelling

(Ex. 1) De familie van Jozef en zijn vader Jacob, die ook wel IsraŽl werd genoemd,  was in Egypte blijven wonen. Het ging hun goed en ze groeiden uit tot een groot volk. Jozef was overleden en er was een andere farao in Egypte gekomen die niet wist wie Jozef was. Deze farao zei: de IsraŽlieten zijn warempel nog een groter volk dan de Egyptenaren. We moeten zorgen dat er minder komen, anders beginnen ze nog een oorlog tegen ons! En de farao liet ze als slaven werken en voorraadschuren (en misschien ook wel piramides) bouwen.

Het hielp niets, het IsraŽlitische volk groeide gewoon door. Toen zei de farao tegen de vroedvrouwen: als jullie bij de geboorte van een Joods jongetje zijn, moet je dat dood maken. Ja farao, zeiden de vroedvrouwen, maar ze deden het natuurlijk niet. Tegen de farao zeiden ze: die Joodse jongetjes worden zo snel geboren, wij komen steeds te laat! Toen zei de farao tegen de Egyptenaren: gooi alle Joodse jongensbaby's in de rivier de Nijl! En dat deden ze.
(Ex. 2) Nu was er een slimme Joodse vrouw die ook een zoontje kreeg maar dat meteen verstopte, zodat het niet in de Nijl gegooid zou worden.

Na drie maanden kon ze hem niet meer verborgen houden (misschien huilde hij wel te hard), en ze bedacht een plan. Ze nam een rieten mandje en smeerde alle gaatjes en kiertjes dicht met teer, zodat het een waterdicht bootje werd. Daar stopte ze haar zoontje in en liet hem voorzichtig te water in de Nijl, tussen het riet. Daar dobberde het bootje met de stroom mee.

Zijn oudere zusje verborg zich tussen het riet om te zien wat er gebeurde. Wie komt daar aan? De prinses, de dochter van de farao, met een groepje dienaressen. Ze wil lekker in de Nijl gaan zwemmen. Opeens ziet ze het mandje drijven. Ze kijkt erin en ziet het jongetje. Wat een leuk ventje, roept de prinses, helemaal verlaten door zijn moeder! Wat zielig! Die neem ik mee naar het paleis, dan wordt hij mijn zoontje! Ik noem hem Mozes, want dat betekent uit het water getrokken.

Het zusje had alles precies gezien! Ik weet wel een mevrouw die ervoor wil zorgen tot hij geen melk meer nodig heeft, riep ze. Dat vond de prinses een goed idee, en zo kwam de zus een uurtje later trots met haar broertje thuis, waar ze alles vertelde. De moeder verzorgde Mozes tot hij groot geworden was en bracht hem toen naar het paleis, waar hij opgroeide als een prins.

Regelmatig ging Mozes kijken bij de bouw van de voorraadschuren en piramides. Hij zag hoe de Egyptenaren zijn volk lieten zwoegen als slaven. Op een dag zag hij hoe een Egyptenaar een van zijn mensen afranselde. Hij werd kwaad, ging de Egyptenaar te lijf en maakte hem dood. Hij verborg en gauw, in de hoop dat niemand het gemerkt had.

Een volgende dag, zag Mozes toevallig hoe twee IsraŽlieten met elkaar aan het vechten waren. Hť, jullie, houd eens op! Jullie horen bij hetzelfde volk, dan ga je toch niet vechten! Waar bemoei je je mee, riepen de mannen terug, wou je ons soms ook doodslaan, zoals die Egyptenaar? Mozes schrok: kennelijk hadden ze het toch gemerkt. Korte tijd later kwam ook de farao erachter en hij stuurde soldaten om Mozes op te sporen. Mozes besloot te vluchten naar het buitenland, voordat de farao hem te pakken zou krijgen. Daar trouwde hij, kreeg een zoon en bleef er jaren wonen.

Intussen ging het de IsraŽlieten in Egypte steeds slechter, en God luisterde naar hen en besloot hen te helpen. (Ex. 3) Op een dag was Mozes een kudde aan het hoeden in de buurt van de berg Horeb. Opeens zag hij dat er een braambos in brand stond, en hij ging er heen. Dat is vreemd, dacht hij, de struik brandt wel, maar hij brandt niet op! Opeens hoorde hij de stem van God uit de braamstruik: Mozes! Ik hoor dat het niet goed gaat met je volk in Egypte. Ik wil dat jij ze daar weghaalt en naar een prachtig land brengt dat ik je zal wijzen.

Activiteit

Bedoeling

Deze pagina is onderdeel van het project Op weg naar het beloofde land. Dit project is geschikt voor de Veertigdagentijd, maar kan ook als zelfstandig project worden gebruikt.

Voorbereiding

Gebruik de materialen van de beschrijving van het  Vastenproject Op weg naar het beloofde land.

  • Maak voor ieder kind een afdruk van het eerste verkleinde bordspeldeel (met de nummers 1 t/m 8)
  • Maak voor ieder kind een afdruk van de ongenummerde pagina
  • Zorg voor afdrukjes van de pagina's met de nummers 1 t/m 8

Uitvoering

Vertel het verhaal. Gebruik de bovenstaande tekst of lees voor uit een van de kinderbijbels.

Deel de pagina's 1 t/m 8 uit aan de kinderen en laat ze het tafereel tekenen dat erbij geschreven staat. Als er meer kinderen dan vakken zijn (of als meer kinderen hetzelfde tafereel willen afbeelden) krijgen deze "extra" kinderen een ongenummerd vak waarop de het tafereel van hun keuze kunnen tekenen. Onderaan dit vak kan de maker een opdracht aankruisen die moet worden uitgevoerd door de speler die op dit plaatje komt.

Als de tekeningen klaar zijn, plakken we ze (inclusief de erbij gedrukte verhaaltekst) aan elkaar op volgorde. Dit hoeft niet in een rechte lijn, maar een slingerpad is misschien nog leuker.
De extra tekeningen worden geplakt naast de overeenkomstige genummerde vakken, dus zonder dat ze de nummervolgorde doorbreken.

Geef elk kind een verkleind bordspeldeel mee om thuis te tekenen en kleuren en aan de vorige delen vast te plakken.

Ervaringen

Gebruikers melden de volgende ervaringen:

Verwante pagina's:

Vasten-project Op weg naar het beloofde land

 

 

 

 

 


Uw reactie is welkom op reacties@kindernevendienst.org

-