Mc 1: Uitgestoten (4-12)
Vorige Beginpagina Omhoog Volgende

Vertelling

Ik heb het bijbelfragment (Marcus 1:40-45) in mijn eigen woorden naverteld, ongeveer zo:

In de tijd van Jezus kwam de ziekte melaatsheid veel voor. Nu nog steeds wel, maar nu noemen we het lepra. Melaatsheid is een ernstige ziekte, waardoor je grote wonden en zweren krijgt over je lichaam. Melaatsheid is erg besmettelijk, dus als je in de buurt komt van iemand met die ziekte, dan kun je zelf ook ziek worden.

In Jezus tijd kon men niets tegen deze ziekte doen, dus de mensen waren erg bang om in de buurt van een melaatse te komen, omdat ze dan zelf misschien ook ziek zouden worden. Daarom moesten de melaatsen buiten de stad wonen, ver van de gezonde mensen. En niemand kwam bij hen in de buurt.

Op een dag kwam zo'n melaatse, helemaal onder de zweren, naar Jezus toe. De meeste mensen zouden hard weggelopen zijn, maar Jezus bleef staan.

De melaatse viel voor Jezus op zijn knieën en zei: als u wilt, kunt u me weer helemaal gezond maken.
Je kunt je indenken dat de mensen die dat zagen dat onvoorstelbaar vonden. Een melaatse kun je niet beter maken, dat wist iedereen!

Jezus was helemaal ontroerd door het vertrouwen dat de melaatse in hem had, en hij stak zijn hand uit en raakte hem aan. Ik wil het, zei hij, wordt weer gezond en schoon.

Een onmiddellijk verdwenen al zijn wonden en zweren, en zijn huid was weer gaaf en schoon.

En Jezus zei tegen hem: denk erom, er met niemand over praten! Ga gauw naar de tempel, laat je zelf zien aan de priester, en breng een offer, zoals dat hoort.

Meteen holde de man terug naar de stad, maar natuurlijk kon hij zijn mond niet houden, zo blij was hij. Hij vertelde het aan iedereen die het maar horen wilde. Natuurlijk wilde iedereen die wonderdoener wel eens zien, dus Jezus durfde zich niet meer in de stad te vertonen, maar alle mensen kwamen naar hem toe.

Activiteit

Bedoeling

Bekommer je om iemand die eruit ligt

Voorbereiding

  • Voor elk kind een afdrukje van de knutselplaat (pdf, 19kB) op stevig papier
  • Snij de horizontale lijn onderaan tot aan het verbodsbord voor.
  • Voor elk kind een satéprikker

Uitvoering

  • Een melaatse werd de stad uitgestuurd, omdat de mensen bang waren voor zijn ziekte. Ze stuurden hem weg, hij hoorde niet meer bij hun. Jezus trekt zich daar niets van aan, hij helpt ook mensen die eruit geschopt zijn.
  • Kennen jullie dat ook, dat iemand niet mee mag doen, er niet bij hoort? Mocht je zelf wel eens niet meedoen? Hoe voelde dat?
  • Werd je dan geholpen door een vriendje of vriendinnetje? Is het gemakkelijk om iemand te helpen die eruit ligt, die niet mee mag doen? Wat zou Jezus willen dat je doet?
  • We knippen de bovenste strook (met de poppetjes) los van de rest van de tekening en vouwen die langs de stippellijn om, zodat aan elke kant een poppetje staat, en ze beide precies op elkaar vallen.
  • Lijm de poppetjes op elkaar met een satéprikker ertussen, zodat het een poppetje op een stokje wordt.
  • Knip het poppetje grofweg langs de contouren.
  • Leg het poppetje zo neer dat hij naar links loopt. Tegen nu grote wonden en zweren op armen, voeten en in gezicht. Teken er haren bij en laat hem verdrietig kijken.
  • Draai het poppetje nu om en kleur hem mooi, zodat je ziet dat er geen wonden of zweren meer zijn. Maak zijn gezicht blij.
  • Steek het stokje door de snee in het papier en laat het poppetje vanuit de stad naar de handen lopen. Van wie zouden die handen zijn?
  • Eenmaal aangeraakt draait hij zich om en gaat gezond en wel terug naar de stad.
  • Kleur de plaat verder in. Geef het verbodsbord een rode rand.

Tips

  •  

Ervaringen

Gebruikers melden de volgende ervaringen:

15-feb-2009

Verwante pagina's:

6e zondag door het jaar (B)

Wonderen

 

 

 

 


Uw reactie is welkom op reacties@kindernevendienst.org

-