Kerstsymbolen - De ster wijst de weg
Beginpagina Omhoog

Vertelling

Jonathan was moe van het spelen. De hele middag was hij bij zijn vriend Ruben geweest. Ze hadden op de hooizolder gespeeld en een hut van strobalen gebouwd. Hij was helemaal de tijd vergeten. Niet zo best, want hij had zijn moeder beloofd dat hij om vier uur thuis zou zijn, omdat het dan donker begon te worden. De boerderij van Jonathans ouders was toch wel een uurtje lopen, en omdat er op de hei geen lantarens waren, kon je in het donker de weg haast niet vinden.

Stom hoor, want nu was het bijna vier uur, en inderdaad begon het al donker te worden. Gauw op weg dan maar! Hoi Ruben, tot ziens! Ik moet hollen, anders worden mijn ouders ongerust! OK, tot morgen, riep Ruben hem na, met het stro nog in zijn haar.

Jonathan begon te hollen, het pad uit, in de richting van de hei, want dat was de kortste weg. Vier uur zou hij wel niet halen, maar als hij snel was, misschien wel half vijf. Al rennend sloeg hij de sprietjes van zijn kleren en uit zijn haar.

Hè, hè, even wat rustiger! Dat was niet vol te houden in dit tempo. Verdorie, het werd al aardig donker, en hij zag nauwelijks nog het pad. Hoe moest dat nou? Nog even en je zag geen hand meer voor ogen! Hij kon beter niet meer rennen, want als hij struikelde en zijn voet verzwikte, dan was hij nog verder van huis. Overdag wist hij hier de weg wel, maar in het donker was alles onherkenbaar. Was hij maar wat eerder weggegaan. En er was ook niemand meer buiten om hem de weg te wijzen.

Plotseling doemden er een paar schimmen op uit de duisternis. Jongeman, hoorde hij een deftige stem roepen. Hij stopte. Jongeman, mijn vrienden Balthasar, Kaspar en ik zijn opzoek naar een prins die hier in de buurt geboren moet zijn. Kun je ons misschien vertellen waar we moeten zijn? De man was moeilijk te verstaan, hij had een buitenlands, Oosters accent. Nee, meneer, zei Jonathan wel wat verlegen. U bent hier op de schaapheide. Hier zijn geen prinsen. Die wonen in de stad, in paleizen. De stad is nog een heel eind verder, meneer. Jonathan was nog nooit in de stad geweest, en of daar een paleis stond, dat wist hij ook niet zeker, maar dat er op de hei geen paleis was, dat wist hij natuurlijk wel. Vreemd, hoorde hij de man tegen zijn vrienden zeggen, de ster wijst ons toch duidelijk hierheen, maar die jongen heeft gelijk. Een prins hoort niet op de hei. Ik ken in de stad nog een koning, ene Herodus. Laten we die maar eens opzoeken om hem te vragen waar we wezen moeten. Toch bedankt, jongen! En de mannen trokken verder. In het maanlicht zag Jonathan vaag dat ze prachtige kleren droegen, en eentje reed zelfs op een kameel!

De ster wees ons toch hierheen?, dacht Jonathan, en hij keek in de lucht. Opeens herinnerde hij zich dat zijn vader hem wel eens had uitgelegd dat je aan de sterren kon zien waar het Noorden was, en dat je zo de richting kon bepalen waarin je moest lopen. Sterren als wegwijzers, wat een prima idee! Hij keek eens goed. Eerst zag hij weinig, maar toen zijn ogen even gewend waren, zag hij tientallen, nee honderden, ja zelfs duizenden sterren flonkeren. Sommige waren zwak, andere fonkelden als duidelijke lampjes. Toen viel zijn oog op een grote ster.

Zou dat de ster zijn die die mannen bedoelden? Had zijn vader dat niet de Poolster genoemd? Die altijd het Noorden aanwees? Ja hoor, daar zag hij de andere sterren ook, die samen met de poolster een soort steelpan leken te vormen. Yess! Nu wist hij waar het noorden was. En zijn huis lag ook in het noorden! Achter de ster aan dus!

Zo liep Jonathan, voorzichtig om niet te vallen in het donker, maar met zijn hoofd omhoog, in de richting van de ster. Zeker wel een half uur, zonder de ster uit het oog te verliezen. Opeens zag hij in de verte, rechts van hem, een schaduw. Hij hoorde ook geluiden. Het leek wel zingen. Hij verstond iets van Hosanna, en Gloria of zo. Zeker een buitenlandse taal. Wacht eens, dat was hun eigen schuurtje! De stal die zij op de hei hadden gebouwd om bij slecht weer met de schapen te kunnen schuilen! Hun os stond er 's nachts in.

Het leek wel of er licht scheen door de kieren. Er zou toch niemand bezig zijn de os te stelen? Ja doh, en dan het licht aandoen en er prachtig bij zingen zeker! natuurlijk niet. Het zouden wel muzikanten zijn die rond trokken en hun schuur een nachtje als slaapplaats wilden gebruiken. Prima. Trouwens, hij had ook zeker geen tijd om te gaan kijken, hij was op weg naar huis en had haast!

Waar was de ster nu? Vreemd, nergens meer te zien. Niet erg, gelukkig, want vanaf hun schuur kon hij de weg naar huis nog wel met zijn ogen dicht vinden. Hij vergat helemaal voorzichtig te lopen, en zette het op een hollen: naar huis!

Jonathan, wat ben je laat! We maakten ons al ongerust, nu het zo donker is. Hoe heb je de weg gevonden? Mam, ik heb koningen of zo gezien, en wordt gezongen in onze schuur en een ster heeft me de weg naar huis gewezen! Kalm, kalm, vertel alles nu maar eens rustig, zei zijn moeder.

(Jan Hemel, 2003)

Activiteit

Bedoeling

De betekenis van het symbool Ster duidelijk maken.

Voorbereiding

  • Zilver- of goudkleurig karton meenemen, en kartonnen malletjes van vijf- of zespuntige sterren. Verder linten om de sterren aan op te hangen.

Uitvoering

  • Geef de kinderen een stuk zilver- of goudkarton en een mal.
  • Laat ze de mal omtrekken met een pen, op de achterkant van het metaalkarton.
  • Vervolgens knippen de kinderen de sterren uit en plakken er twee met de ruggen tegen elkaar, een lus van lint ertussen.
  • Hang de sterren in de boom
  • Maak ook een  extra grote ster om op de top van de boom te zetten. Die wijst de weg naar Kerstmis.

Ervaringen

Gebruikers melden de volgende ervaringen:

12-jul-2004

Verwante pagina's:

Kerstsymbolen

Kerst- en advent

 

 

 

 


Uw reactie is welkom op reacties@kindernevendienst.org

-