Lc 23: Lijdensverhaal; de veroordeling
Vorige Beginpagina Omhoog Volgende

Vertelling

Spelers:

Jezus
Haan
Petrus
Dienstmeisje
2 soldaten
Een schriftgeleerde
Pilatus
Barabas
Veel toeschouwers

Benodigdheden

Een stoel (voor Pilatus)
Een rode mantel (voor Jezus)
Een doornenkroon
Een groot (kartonnen) kruis

De kinderen voeren op wat er verteld wordt (vet gedrukt). Dappere kinderen kunnen zelf woorden verzinnen op de puntjes (tussen haakjes). Moedig ze zonodig aan (ik hoor niets).

Verteller:

We zijn in het gerechtsgebouw. De zaal zit vol met nieuwsgierige mensen. Het is een druk geroezemoes.

Helemaal achteraan zit Petrus, Jezus’ beste vriend, bang verscholen achter de mensen. Hij zit gehurkt opdat de mensen hem niet zien.

Voor in de zaal zit Pilatus met zijn handen in het haar. Er staat ook een soldaat die de moordenaar Barabas gevangen houdt. Pilatus is een soort rechter. Hij heeft gehoord dat ze Jezus hebben gevangen en dat de schriftgeleerden hem willen laten dood maken omdat Jezus zegt dat hij de zoon van God is. Hij weet niet zo goed wat hij daarmee aan moet.

Daar komt een soldaat aan die Jezus als gevangene meesleept. Hij zet hem voor Pilatus neer (en zegt: …). Pilatus ziet er niet blij uit, hij begrijpt dat iemand die anderen beter maakt nooit slecht kan zijn, en voelt er eigenlijk niet voor om Jezus te straffen. Maar de mensen schreeuwen en schelden hem uit. Hij wordt er bang van. Pilatus gebaart dat ze stil moeten zijn. De mensen worden inderdaad rustig. Jezus staat er rustig bij. Hij ziet er niet bang uit.

Je ziet aan Pilatus’ gezicht dat hem een plan te binnen schiet. Het is bijna Pasen en dan laat Pilatus altijd een misdadiger vrij, omdat het feest is. Hij pakt met zijn ene arm van de moordenaar Barabas (die heel gemeen kijkt) beet en met zijn andere Jezus. Hij vraagt de mensen wie hij zal vrij laten, deze gemene moordenaar, of de genezer Jezus (…).  De mensen zijn even stil na zijn vraag.

Pilatus ziet dat er een schriftgeleerde gebogen tussen de mensen doorloopt en iets tegen ze fluistert.

Dan opeens roepen de mensen allemaal zo hard als ze kunnen: Barabas! (…)

Achter in de zaal zit nog steeds Petrus verscholen. Er komt een dienstmeisje aan. Ze kijkt Petrus eens goed aan, ze herkent hem en roept dat hij ook bij Jezus hoort(:Hé, roept ze,  …). Petrus schrikt en wordt bang; hij zegt (…). Aan de manier waarop hij praat herkennen de mensen dat hij uit dezelfde streek komt als Jezus. Ze roepen tegen hem dat het wel waar is: (…). Petrus zegt nog twee keer: (…).

Iedereen wordt stil en in de verte hoor je hard een haan kraaien. Petrus schrikt nu dubbel, want Jezus had al voorspeld dat Petrus hem in de steek zou laten voordat de haan zou kraaien.

Pilatus wast zijn handen om te laten zien dat hij er niets mee te maken wil hebben. Barabas loopt blij weg: hij is vrij!.

De soldaat grijpt Jezus weer vast en Pilatus laat hem wegbrengen (naar een hoek van het gebouw). De andere soldaat lacht Jezus uit en roept dat hij een nepkoning is: (…). Hij zet hem een nepkroon op die hij heeft gemaakt van prikkeltakken, en doet hem een stom rood kleed om. De soldaten lachen hem allebei uit, en geven hem een groot kruis te dragen. Aan de manier waarop Jezus loopt kun je goed zien dat is bijna te zwaar is om te dragen, maar de soldaten brengen hem weg, naar buiten.

Tips

  • Uit het hoofd vertellen in plaats van voorlezen leidt tot grotere betrokkenheid van de kinderen.

Ervaringen

Gebruikers melden de volgende ervaringen:

  • Walfriedparochie, 2000: Rommelig, chaotisch, maar zeer geslaagd; 2001 en 2003: tijdgebrek. (daarom is bovenstaande versie  korter dan de oorspronkelijke).
01-apr-2007

Verwante pagina's:

Lc 23- Lijdens-
verhaal (4-12)

scene 1
intocht en avondmaal

scene 3
de kruisweg

scene 4
de kruiziging

Palmzondag

 

 

 

 


Uw reactie is welkom op reacties@kindernevendienst.org

-