Ex. 14-17: Honger en dorst in de woestijn
Vorige Beginpagina Omhoog Volgende

Vertelling

Weet je nog hoeveel moeite het kostte om het volk van IsraŽl te bevrijden uit de handen van de Egyptenaren? Maar liefst tien plagen kwamen er over Egypte voordat de farao ze eindelijk liet gaan. Nu wordt het weer spannend. Ze worden bijna weer ingehaald door Egyptische soldaten als ze bij de zee komen. God heeft de zee laten splijten, zodat er een weg door ontstond. Komen ze nu eindelijk in het beloofde land?

(Ex. 14) Het volk van IsraŽl zag verbaasd hoe de zee als muren langs de droge weg stond. De mensen trokken achter Mozes aan door de zee.

Toen de Egyptenaren bij de zee aankwamen en zagen dat Mozes met zijn volk door de zee was weggetrokken, spoorden ze hun paarden aan en joegen hen achterna over het droge pad door de zee. Maar hun wielen zakten weg in de modder en ze schoten niet erg op. Tegen de ochtend zei God tegen Mozes: steek je hand uit over de zee, dan laat ik het water terugstromen over de Egyptenaren. Mozes deed het en de zee spoelde terug over de Egyptische ruiters en strijdwagens, en alle Egyptenaren verdronken in de golven. Intussen trokken de IsraŽlieten gewoon verder met links en rechts van hun de zee als een muur oprijzend. Toen zagen de mensen hoe machtig God was.

(Ex. 15) Eindelijk kwamen de Joden aan het andere eind van de zee. Daar was de woestijn. Verder ging het, moeizaam stappend door het zand. Drie dagen later hadden ze nog steeds geen water gevonden, en de kregen dorst. Eindelijk zagen ze een bron. Maar helaas, het water was te vies om te drinken. Ze vroegen Mozes: wat nu, we sterven van de dorst! En God zei tegen Mozes: gooi een stuk hout in het water. Mozes deed het, en de vieze smaak verdween: eindelijk drinken!

(Ex. 16) Al anderhalve maand trokken ze door de woestijn, en het eind was nog niet in zicht. De mensen mopperden en dachten terug aan Egypte. Het was daar misschien niet best, maar honger hadden ze er nooit. In hun gedachten leek het steeds fijner om in Egypte te zijn. Mozes vertelde het aan God en die zei: vanavond krijgen jullie vlees, en morgenochtend brood. Echt waar! En warempel! 's Avonds kwam er een grote zwerm kwakkels die neerstreek rond hun tenten. De mensen konden ze gemakkelijk vangen en smulden ervan.

De volgende ochtend lag er over de woestijngrond een dun laagje schilferig spul. Ze kenden het niet. Maar Mozes zei tegen hun: dit is het brood dat God jullie geeft, eet er maar lekker van. De mensen noemden het manna, het smaakte zoet als honing en er was genoeg voor iedereen. Elk dag viel er manna, tot aan de laatste dag dat ze in de woestijn waren.

Vele dagen trokken ze weer verder, en opnieuw kwam er gebrek aan water en begonnen de mensen te klagen. God zei tegen Mozes: sla met je staf op een bergrots, dan komt er water. En dat gebeurde inderdaad. Mozes zei tegen de mensen: en, is God bij ons, of niet soms?

Omdat God overdag als een rookwolk voor hun uit trok en 's nachts als een zuil, een toren van vuur, konden ze steeds de weg vinden.

Opeens was het gedaan met de rust. De IsraŽlieten werden aangevallen door Amalek met zijn soldaten. En Mozes zei tegen Jozua: jij moet de mensen aanvoeren en tegen Amalek vechten. Ik ga op de berg staan met de staf van God in de hand. En zolang Mozes de staf omhoog hield, wonnen de IsraŽlieten, maar als hij moe was en zijn arm liet zakken, dan wonnen de soldaten van Amalek weer. En Ašron legde een steen neer, zodat Mozes kon zitten, en hij ondersteunde Mozes' hand, samen met Hur. Net zolang totdat Amelek verslagen was.

 

Activiteit

Bedoeling

Deze pagina is onderdeel van het project Op weg naar het beloofde land. Dit project is geschikt voor de Veertigdagentijd, maar kan ook als zelfstandig project worden gebruikt.

Voorbereiding

Gebruik de materialen van de beschrijving van het  Vastenproject Op weg naar het beloofde land.

  • Maak voor ieder kind een afdruk van het eerste verkleinde bordspeldeel (met de nummers 25 t/m 32)
  • Maak voor ieder kind een afdruk van de ongenummerde pagina
  • Zorg voor afdrukjes van de pagina's met de nummers 25 t/m 32

Uitvoering

Vertel het verhaal. Gebruik de bovenstaande tekst of lees voor uit een van de kinderbijbels.

Deel de pagina's 25 t/m 32 uit aan de kinderen en laat ze het tafereel tekenen dat erbij geschreven staat. Als er meer kinderen dan vakken zijn (of als meer kinderen hetzelfde tafereel willen afbeelden) krijgen deze "extra" kinderen een ongenummerd vak waarop de het tafereel van hun keuze kunnen tekenen. Onderaan dit vak kan de maker een opdracht aankruisen die moet worden uitgevoerd door de speler die op dit plaatje komt.

Als de tekeningen klaar zijn, plakken we ze (inclusief de erbij gedrukte verhaaltekst) aan elkaar op volgorde. Dit hoeft niet in een rechte lijn, maar een slingerpad is misschien nog leuker.
De extra tekeningen worden geplakt naast de overeenkomstige genummerde vakken, dus zonder dat ze de nummervolgorde doorbreken.

Geef elk kind een verkleind bordspeldeel mee om thuis te tekenen en kleuren en aan de vorige delen vast te plakken.

Ervaringen

Gebruikers melden de volgende ervaringen:

Verwante pagina's:

Vasten-project Op weg naar het beloofde land

 

 

 

 

 


Uw reactie is welkom op reacties@kindernevendienst.org

-